Ik zit aan de keukentafel bij een vriendin. Haar schoondochter en kleindochter zijn er ook.
De eenjarige krast streepjes op papier, haar moeder kijkt trots toe.
Ik schuif aan, kijk mee en zeg bij een van de streepjes:
“Dat lijkt op een bloem.”
De moeder kijkt me streng aan.
“Jij kunt dat niet weten, omdat je geen kinderen of kleinkinderen hebt.
Het is educatief onjuist om een jong kind te vragen wat ze tekent.
Ik wil niet dat je dat nog een keer doet.”
Uit: de Leegte Omarmen
Ik zeg niets meer.
En maak me in gedachten zo klein mogelijk.
Dit overkwam me. Zomaar, op een gewone dag.
En precies dát moment liet me opnieuw voelen wat ongewenst kinderloos zijn in deze maatschappij vaak betekent: erbij zijn, maar toch net niet meedoen. Aanwezig zijn, maar ineens gecorrigeerd worden op iets wat je nooit hebt kunnen worden.
Ik ben ongewenst kinderloos. En nee, dat is niet leuk.
Ik ben een positief ingesteld mens. Iemand die bij tegenslag denkt: het komt goed, rechtsom of linksom.
Maar op dit punt kwam het niet goed.
Ik werd geen moeder.
En dus ook geen oma.
Naast het diepe, persoonlijke verdriet dat je als ongewenst kinderloze vrouw of man zelf moet dragen, is er voortdurend de wereld om je heen. Een wereld waarin ouderschap overal is. Verweven in gesprekken, verwachtingen, rituelen en vanzelfsprekendheden. De vraag “Wanneer komt er een (klein) kind?” wordt bijna net zo gedachteloos gesteld als een vraag over het weer.
Maar het antwoord, dat het nooit zal gebeuren, brengt vaak pijn, schaamte en stilte.
Als het krijgen van kinderen uitblijft, schuift de maatschappij je ongemerkt een beetje opzij.
Je mist de eindeloze reeks ‘gewone’ mijlpalen: de eerste stapjes, het eerste tandje, verjaardagen, schoolpleinen, loslaten. Momenten die ouders vormen, laten groeien en hun emoties verdiepen.
Wij, de andere groep, maken onze ontwikkeling op een andere manier door. Alleen.
Zonder kinderen als spiegel, zonder dat vaste kader.
En ondertussen doemen ook andere vragen op:
Wie regelt straks mijn zaken?
Wie zorgt voor mij als ik oud ben?
Wie staat er bij mijn graf?
Daarbovenop zijn er de kleine, alledaagse confrontaties: de familiezak chips, het kinderslot in de auto, het vakje ‘speciaal voor kinderen’ op de menukaart. Onschuldig misschien, maar nooit neutraal.
Zo ontstonden mijn twee boeken. Voor mezelf, maar ook heel erg omdat ik aan jou wil laten zien dat we er samen in staan.
De leegte is er. En die zal nooit helemaal verdwijnen.
Maar Ik leerde haar te omarmen.
Je ziet het niet aan ons. Maar het is er altijd.
Ongewenst kinderloos zijn is een eenzame reis.
Maar wel één die we samen maken.
